Grensoverschrijdend Bouwen

20 juli 2019

Limburg Bouwt palmde op 2 juli de Hasseltse BouwArena in voor een GrensLunch. Diverse experts uit de bouwsector schoven mee aan voor een rondetafeldebat over grensoverschrijdend bouwen.   

Voor veel spelers in de Belgische en Nederlandse bouwsector is het thuisland te klein geworden. Ze stappen dan ook elkaars grenzen over om er duurzame gebouwen te ontwikkelen. Harold Janssen van SATIJNplus Architecten valt met de deur in huis. “We zijn gespecialiseerd in bestaand vastgoed, meer bepaald in het restaureren en transformeren van rijksmonumenten. Onze actieradius strekt zich uit over Zuid-Nederland en Belgisch-Limburg, waar wij onder meer een herbestemming hebben gegeven aan Thor Central in Genk. De energietransitie behoort tot onze kerntaken. Dit houdt in dat we vaak innovatieve maatregelen inpassen in een traditionele bouwomgeving. Daarnaast besteden wij steeds meer aandacht aan circulariteit. We zoeken dan samen met opdrachtgever, aannemer en andere partijen stap voor stap naar de meest passende oplossingen.” Het Hasseltse
en Brusselse architectenbureau A2O heeft onlangs een eerste Nederlands project opgestart in Horn. “Een positieve ervaring”, beaamt Killian Nekeman. “Het voortraject was er veel korter. In België is het niet uitzonderlijk dat wij daaraan 1000 manuren of meer spenderen, zeker als het gaat om grote wedstrijden. Meestal is in Nederland een soort van directievoerder bij het project betrokken om alles te coördineren. We merken over de grens ook dat zowel de opdrachtgever als de aannemer in het bouwteam op een open manier heel veel voorstellen doen. Dat is toch wel een groot verschil met België.”

BRON: Limburg Bouwt

Werken vanuit een overlegmodel

Ook in de industriebouw gaan bedrijven de uitdaging aan om grensoverschrijdend te bouwen. Jaraco is het treffende bewijs. “De werkwijze is in beide landen in se dezelfde”, weet Johan Postelmans. “Toch zijn er verschillen. Ondernemen in Nederland ervaren wij als aangenamer, transparanter en vooral directer. Plus: je raakt minder snel verwikkeld in een prijzenslag. Bij directe aanschrijvingen ligt er doorgaans al een basisontwerp op tafel. Daardoor zijn we dikwijls vanaf het begin bij een bouwproject betrokken. Van het aanstellen of mee begeleiden van de architect tot het bekomen van het bouwdossier. Liever de grens over? Wat mij betreft wel.” Sinds de crisis wordt in Nederland alsmaar meer gewerkt vanuit een overlegmodel, naar het voorbeeld van België. “Je ziet bij ons een verschuiving van de traditionele aanbesteding naar het bouwteammodel”, vertelt Harold Janssen. “Daardoor wordt er vaker samengewerkt met ketenpartners, bedrijven die de aannemer kent, waar hij goede ervaringen mee heeft en die hij voor meerdere projecten vast selecteert zoals bij renovatieprojecten voor woningbouwcorporaties. Partijen raken op elkaar ingespeeld wat een voordeel is tijdens de uitvoering.”

Traditioneel of alternatief bouwen?

Bij De Huissmid huldigen ze de opvatting van ‘het nieuwe bouwen’. “Kiezen voor een staalframe is een slimme keuze”, aldus Bart Van Aerschot. “Staalframebouw is een droge bouwmethode, maatvast dankzij krimpvrije materialen en bestand tegen vocht en schimmels. Nog voordelen? Licht van gewicht, duurzaam en een groot wooncomfort. Je hebt een grote vrijheid op het gebied van gevelafwerking en stijl en kan zowel modern als klassiek bouwen. Dankzij de snelle plaatsing bespaart de bouwheer bovendien op de kosten van werkuren en het materieel op de werf. Onze duurzame en alternatieve bouwmethode

 

“Vakmanschap en instroom van jonge mensen is heel erg gewenst,
aan beide kanten van de grens.” René Mobers (Bouwmensen Limburg)

met koudgewalste staalprofielen is geknipt voor de bouw van een huis, sleutel-op-de-deur of sleutelklare woning, bijgebouw en poolhouse of om een bestaand gebouw op te toppen.” De Huissmid treedt op als aannemer en neemt de staalframes af van een vaste leverancier in België. Het team monteert de prefabprofielen op de werf. Jos Raets van het gelijknamige advocatenkantoor fronst de wenkbrauwen. “Jullie nemen dus de gehele verantwoordelijkheid voor het totaalpakket qua aansprakelijkheid en bouwmethode?”, werpt hij op. “Dat is het meest risicovolle luik in het bouwproces! Juridisch gezien fungeert De Huissmid als een onafhankelijke plaatser, die volledig onder de tienjarige aansprakelijkheid valt.”

Verantwoordelijk en aansprakelijk

Als het op verantwoordelijkheden aankomt, blijkt er een wezenlijk verschil te zijn tussen België en Nederland. Harold Janssen geeft tekst en uitleg. “Het beroep van architect is in Nederland niet beschermd. Iedereen kan er dus een tekening maken en een bouwvergunning bekomen op voorwaarde dat het plan voldoet aan de bouwtechnische voorschriften van het Bouwbesluit.

 

“Grensoverschrijdend bouwen biedt opportuniteiten.
Het vraagt om een aangepaste manier van werken.” Killian Nekeman (A2O Architecten)

De architect is slechts aansprakelijk voor zijn eigen ontwerp en conceptuele fouten, niet voor de uitvoering. In geval van gebreken ontstaat er snel een discussie tussen de direct betrokken partijen, bijvoorbeeld de aannemer of de constructeur.” Een Belgische architect draagt een veel ruimere verantwoordelijkheid voor zijn aandeel in een bouwproject. Denk aan ernstige gebreken, die de stevigheid van het gebouw of van een belangrijk onderdeel ervan in het gedrang brengen.
“Daarom werken wij voor Belgische projecten steeds samen met een lokale partner”, vervolgt Harold Janssen. “Op die manier vullen we onze expertise op een efficiënte wijze aan.” Johan Postelmans plaatst een kanttekening bij deze kwestie. “In Nederland is de constructeur of de stabiliteitsingenieur verplicht om
zijn berekeningen toe te voegen aan de omgevingsvergunning. De gemeente of stad kijkt deze berekeningen nauwgezet na en gaat eveneens op pad om de uitvoering te controleren. Ze is echter in geen enkel opzicht verantwoordelijk of aansprakelijk.”

Nood aan gestructureerde aanpak

Vakbekwaamheid en kwaliteit zijn twee onmisbare factoren voor werknemers in de bouwsector. De branche maakt een aanhoudende evolutie door en het is dan ook van essentieel belang om de kennis binnen elk vakgebied voortdurend bij te sturen. Gery Daniëls is directeur van Logis, een opleidings- en adviescentrum voor logistieke functies. Zijn instructeurs geven vaktechnische opleidingen om veilig en efficiënt te werken met interne transportmiddelen en interne en externe mobiele arbeidsmiddelen. “De vormingen vinden plaats zowel in onze opleidingscentra als

 

“Grensoverschrijdend bouwen biedt opportuniteiten.
Het vraagt om een aangepaste manier van werken.” Killian Nekeman (A2O Architecten)

– hoe langer hoe meer – op de site van de klant. In België is niet omschreven wie een opleiding mag geven, hoe lang ze duurt en wat de inhoud moet zijn. Enkel de Codex over het welzijn op het werk preciseert wie verplicht is om een adequate opleiding te volgen. Ik zie op dat vlak een groot verschil met Nederland. Daar is sprake van een systeem.” Met die stelling is René Mobers van Bouwmensen Limburg het volmondig eens. “In Nederland hanteren wij inderdaad een bepaalde structuur. Zo zijn er specifieke examenbureaus, die toezien op de kwaliteit van een diploma of certificaat. Bij Bouwmensen Limburg leiden we jongeren op tot volwaardige vakmensen. Zij werken bij een bouwbedrijf, volgen onderwijs aan het regionaal opleidingencentrum (roc) en krijgen via ons praktijkscholing op een uitstekend ingerichte werkplaats. Bouwmensen Limburg is gelieerd aan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Onze opleidingen zijn gekoppeld aan een erkend diploma, dat je ook kan laten valideren in het buitenland.”

Zaken op elkaar afstemmen

De materie is in België zeer complex. Naast drie gemeenschappen, drie gewesten en een federale overheid heb je in Vlaanderen ook nog eens te maken met drie onderwijsnetten, die elk een of meer onderwijskoepels tellen. “Dit alles maakt het lastig om zaken op elkaar af te stemmen”, hekelt Monique Hens. Zij vertegenwoordigt Constructiv. Deze dienstverlenende organisatie van en voor de bouwsector ondersteunt bouwvakarbeiders door sociale voordelen toe te kennen, door opleidingen aan te bieden aan zowel actieve arbeiders als toekomstige werknemers en door advies over welzijn op het werk te verstrekken.

“Zowel in België als in Nederland moeten we onverminderd blijven
inzetten op levenslang leren.” Monique Hens (Constructiv)

“Constructiv geeft zelf geen opleidingen, maar is een nationale overkoepelende organisatie. Wij stellen vast dat vooral het technisch en bouwgerelateerde onderwijs in België jaar na jaar minder leerlingen aantrekt. De nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst van de bouwsector geeft aan dat de sector zelf scholen wil trachten te sturen. Dit plan juichen we met zijn allen toe.”

 

“Innovatieve en alternatieve bouwmethoden mogen niet botsen
met de mindset van de bouwheer.” Bart Van Aerschot (De Huissmid)

 

“Wij steken graag over naar Nederland. De transparantie en
de directheid spreken ons aan.” Johan Postelmans (Jaraco)

 

Combinatie van leren en werken

In Nederland staan Belgische beroepsopleidingen hoog aangeschreven. “Wat niet wegneemt dat je er nog altijd op een heel traditionele manier wordt opgeleid”, vindt René Mobers. “In Nederland zetten wij leermeesters in die vanuit een bedrijf leerlingen begeleiden. Onze reguliere beroepsopleiding bestaat grosso modo uit twee vormen: de voltijdse beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), die leren en werken combineert. In dit duaal systeem werk je wekelijks vier dagen en ga je een dag naar school. Als coördinerend opleidingsbedrijf plaatst Bouwmensen Limburg de leerlingen bij verschillende aannemers. Zij zijn vragende partij omdat ze enerzijds kennis willen overdragen en anderzijds jonge, gemotiveerde mensen willen ontmoeten met het oog op nieuwe aanwervingen. Een andere speler in het veld is het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Welzijn en Zorg. Deze instelling sleutelt samen met gemeenten, het werkveld en het onderwijs aan welzijns- en zorgoplossingen van de toekomst.”

Forse investeringen in opleidingen

Duaal leren werpt in de bouw zowel voor studenten, scholen als ondernemingen vruchten af. De leerlingen kunnen het volledige proces van nabij meemaken en in een praktijksituatie zelf aan de slag gaan. Van productietekeningen tot het produceren, in elkaar steken en monteren. Zo zijn ze helemaal voorbereid

 

“Opmerkelijk dat Nederlandse architecten niet beschermd zijn en
quasi geen verantwoordelijkheid dragen.” Jos Raets (Jos Raets Advocatenkantoor)

 

“Er vindt een verschuiving plaats van de traditionele aanbesteding naar
het bouwteammodel.” Harold Janssen (SATIJNplus Architecten)

en bekend met de job én het bedrijf. “Duaal leren komt maar langzaam van de grond, er is nog veel werk aan de winkel”, merkt Monique Hens op. “Toch zien we de investeringen van de bouwsector in opleidingen jaarlijks toenemen. Daardoor kunnen wij allerlei projecten opstarten, samenwerken met de onderwijswereld en standaardtrajecten uitwerken op diverse niveaus. Studies wijzen uit dat werknemers die opleidingskansen krijgen, eerder trouw blijven aan hun werkgever en hem meer waarderen. Bovendien wil de bouwsector ook investeren in mentoren, wat een positieve tendens is.” De instructeurs van Logis nemen maar al te graag de technische scholen in het vizier. Gery Daniëls: “We laten de studenten proeven van het rijden met interne transportmiddelen in de bouw. Kosteloos. Zo proberen wij hun interesse aan te scherpen.” Dat je in deze tijden van ‘war for talent’ anders uit de hoek moet komen, weet ook René Mobers. “De Z-generatie hanteert eigen normen en waarden, je moet die jongeren in hun taal aanspreken. In augustus starten we bij Bouwmensen Limburg met een honderdtal instromers. Uit ervaring weten wij dat er 20 tot 30 helemaal voor gaan. De rest moeten we enthousiasmeren en een duwtje in de rug geven. Dat doe je ook door het imago van de branche op te vijzelen, door beleving te creëren. In mijn ogen lukt dat het beste als jongeren voeling krijgen met het werk.”

Foto-19-08-19-14-05-50-350x263 Foto-19-08-19-14-05-05-350x263 Foto-19-08-19-14-04-58-350x263 Foto-19-08-19-14-04-43-350x262 Foto-19-08-19-14-04-21-350x262

© De Huissmid 2019